6. De wereld van kunstvakexamens vmbo
Inspiratie en verdieping: magazine zorgt voor fijne voorbereiding op het examen
Een knallende cover met werk van Bas Kosters en kleurrijke pagina’s vol voorbeelden uit overwegend hedendaagse kunst. Het magazine, dat jaarlijks wordt uitgedeeld aan de leerlingen die het centraal examen Beeldende vorming vmbo gl/tl afleggen, is een bron van inspiratie en informatie ter voorbereiding op hun examen.
Toetsdeskundige bij Cito, Annick van Beukering, stelt het magazine al jaren met veel plezier samen. Dat doet ze met vier vakdocenten uit de zogenaamde constructiegroep (cg-leden), met wie ze ook de opdracht voor het centraal praktisch examen en de opgaven voor het centraal schriftelijk examen gelijktijdig ontwikkelt.


Alleen maar hartjes voorkomen
Een cg-lid deelt: ‘Ik vind het magazine heel waardevol. Bij veel thema’s wordt er snel in clichés gedacht. Dit jaar is het thema ‘Liefde’ en het zou jammer zijn als er vooral hartjes terugkomen in het werk van de leerlingen. Dit magazine helpt hen om écht anders te denken en sluit aan op alle niveaus. De wat minder vaardigen krijgen hierdoor een kader, zodat ze niet verdrinken in het thema en de leerlingen die al wat verder zijn, vinden er verdieping in. Zo geven we alle leerlingen iets om verder te komen in hun praktijkopdracht.’
“Bij veel thema’s wordt er snel in clichés gedacht. Dit jaar is het thema ‘Liefde’ en zou het jammer zijn als er vooral hartjes terugkomen in het werk van de leerlingen.”
Twee jaar puzzelen en schaven
Vanaf december kan het magazine aan de eindexamenleerlingen worden uitgedeeld. Het is een officieel examendocument dat docenten ook kunnen inzetten bij de lesvoorbereiding. Aan het thema 2026 ‘Liefde’ waren vier invalshoeken gekoppeld: kunstkoppels, koesteren, verleiden en liefdevolle acties.
Annick: ‘Het bepalen van het thema en die invalshoeken is een langdurig proces. Twee jaar voordat het examen wordt afgenomen starten we al met de opzet ervan. Vlak voor de zomer beginnen we met brainstormen. Dat doen we gezamenlijk: met de constructiegroep, onze vaste vormgever en ikzelf. Dan kan het in de vakantie wat bezinken. Daarna komen we weer bij elkaar om het onderzoek dat elk van ons individueel heeft gedaan, aan elkaar te presenteren. Het is best een gepuzzel. Want je wilt het thema niet van één kant bekijken en echt de beste ideeën eruit selecteren.’
Nadat de vier invalshoeken zijn bepaald, gaat elk cg-lid met één invalshoek aan de slag. In enkele rondes wordt de voortgang besproken en tussendoor bijgeschaafd. Annick: ‘Als ik denk dat we er zijn, stuur ik het door naar de vaststellingscommissie van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Die kijkt er nog eens kritisch naar, doet suggesties en in een aantal gelijksoortige sessies krijgt het examen z’n definitieve vorm.’

Het cg-lid: ‘Ik vind het erg leuk om dat onderzoek te doen. Je duikt helemaal in de kunstgeschiedenis en daar leer je weer veel van. Daarna reflecteer je met z’n allen op de onderzoeksvoorstellen. Het is enorm waardevol dat we het zo intensief bespreken. Daar worden de examens ook echt beter van.’
Gelijktijdig construeren
Aan het magazine, de praktijkopdracht en de opgaven voor het schriftelijk examen wordt gelijktijdig gewerkt. De vragen voor het schriftelijk examen gaan vooral over kunst beschouwen. De kunstwerken die daarvoor zijn geselecteerd passen bij het thema en moeten door de leerlingen goed bekeken worden; de eerste opgave van een blok begint daarom altijd met een vraag die dat goed kijken stimuleert. Daarna volgt de vormgeving van het kunstwerk, en daarna, wanneer de leerling wat meer informatie heeft gelezen en ontdekt, volgt de inhoud: wat wil het zeggen, wat kan de kunstenaar bedoeld hebben of wat vind je er zelf van? Annick: ’En als een begrip lastig uit te leggen is, verwerken we dat in het magazine.’
Bij de ontwikkeling van opgaven wordt goed gelet op het formuleren van de vragen, het voorkomen van ingewikkeld taalgebruik en het doseren van informatie. Annick: ‘We maken voor ongeveer 11.000 leerlingen in heel Nederland dit examen, dat zijn veel verschillende mensen. We willen dat in principe alle leerlingen zich gezien en gehoord voelen en zorgen dat onderwerpen niet te confronterend zijn. Daarom wikken en wegen we en zoeken de nuance.’
Terwijl de cg-leden met de opgaven voor het schriftelijk examen bezig zijn, werkt Annick op de achtergrond aan het magazine én de praktische opdracht voor de leerlingen. Die is elk jaar bijna hetzelfde: een autonoom of toegepast kunstwerk maken waarin het thema wordt verbeeld. Annick: ‘Tijdens de ontwikkeling van het magazine moeten we altijd weer keuzes maken, maar gelukkig gaat er geen bruikbaar materiaal verloren. We plaatsen dat namelijk op een weblog waarvan de toegangscode in het magazine staat. Leerlingen kunnen daar extra inspiratie vandaan halen.’

Voorbereiden in de klas
Het cg-lid merkt dat het magazine goed werkt in haar klassen. ‘In aanloop naar het praktisch examen bereid ik de leerlingen voor op wat er komen gaat. We oefenen met een boekje dat lijkt op een praktisch examen. Dan weten de leerlingen wat ze kunnen verwachten en hoe de opbouw van het examen eruitziet.’
Dit jaar begon de afnameperiode van het praktisch examen op 9 maart. ‘Eerst oriënteren we op de opdracht: de leerlingen maken een woordweb en zoeken afbeeldingen die bij het thema ‘Liefde’ passen. Daarbij gebruiken we ook het magazine, dat veel aanknopingspunten biedt. Ik merk dat leerlingen daardoor breder gaan denken over het thema. Ze leggen vaker verbanden met familie en persoonlijke herinneringen. Het magazine geeft mij de mogelijkheid een verdiepingsslag te maken met de leerlingen. Na die oriëntatie volgt de onderzoeksfase. Daarin bekijken de leerlingen hoe ze uit alle verzamelde informatie hun eigen ideeën bedenken’, aldus het cg-lid.
“Het magazine werkt goed in mijn klassen. Het geeft veel aanknopingspunten en ik merk dat leerlingen daardoor ook anders gaan denken over het thema.”
‘Leerlingen hebben in totaal 720 minuten voor het praktisch examen. Dat roosteren we in blokken in, zodat ze wat langer aan een stuk kunnen werken. Ze testen materialen, composities en leren dat fouten maken erbij hoort. Dat vind ik mooi, dat ze dat leren. Niet alles hoeft meteen perfect’, zegt ze. ‘Uiteindelijk stellen ze het ontwerp vast en gaan ze aan de slag met hun eindwerk. Reflecteren op hun eigen werk en op dat van een klasgenoot, is het laatste onderdeel van de opdracht. Ik vind het praktisch examen echt een mooi examen. Zonder mijn sturing doorlopen de leerlingen een heel beeldend proces. Ze maken hun eigen keuzes, wat resulteert in een echt eigen werkstuk. Dat is hun moment om te sprankelen en dat doen ze echt.’

‘Het resultaat maakt me blij en trots’
Elk jaar bezoekt Annick een aantal scholen om te kijken hoe het thema ontvangen is en wat voor werk leerlingen hebben gemaakt. Dit jaar ging ze onder meer langs bij het Rodenborchcollege in Rosmalen. ‘De werken die ik zie maken me elke keer weer blij en trots!’
“Ik vond het een leuke ervaring om een groot eindwerk te maken. En je bent best vrij in wat je mag maken.” – Leerling